Terug naar homepage

Voor de veiligheid en comfort van kinderen zijn autostoeltjes een noodzaak. Maak de juiste keuze dankzij onze tips

Laat het duidelijk zijn dat je een kind niet zomaar meeneemt in de auto. Een kind in je armen of op de knie vervoeren, is levensgevaarlijk. Bij een aanrijding tegen 50 km/u moet je het gewicht van een kind vermenigvuldigen met 30. Denken dat je het in je armen kunt houden, is jezelf iets wijsmaken. Een ongeval tegen die snelheid komt trouwens overeen met een val vanop 10 meter hoog … Stof tot nadenken.

Wat zegt de wet?

De wet is ondubbelzinnig: alle kinderen jonger dan 18 jaar en minder dan 1,35 groot moeten plaatsnemen in een aangepast zitje. Dat zitje mag zowel vooraan als achteraan geplaatst worden in het voertuig. We raden aan om het zitje op de achterbank te plaatsen, en liefst op de middelste plaats want die is het veiligst. Sinds september 2016 moet elk kind in een voertuig over een volwaardige plaats beschikken. Je mag dus zo veel kinderen vervoeren als er zitplaatsen (en veiligheidsgordels) zijn in je wagen.

Welk zitje?

Het gewicht en de lengte bepalen het type zitje. Pasgeborenen moeten tegen de rijrichting in gezet worden in een aangepast zitje. Plaats je je baby op de passagiersstoel, vergeet dan niet de airbag uit te schakelen! Je baby blijft op die plaats meereizen tot hij 13 kilo weegt. Dat is ongeveer tot de leeftijd van 2 jaar, tenzij hij zo groot is dat zijn hoofd boven de stoel uitkomt. In dat geval moet hij sneller plaatsnemen in een stoeltje dat in de rijrichting staat en beschikt over een eigen gordelsysteem. Vaak zijn dat 5 riemen: 2 over de borst, 2 over de dijen en één om te voorkomen dat de riemen naar boven glijden. Tussen 13 en 18 kilogram zit je kind veilig in dit zitje. Daarna is er de stoelverhoger, bij voorkeur met een aanpasbare rugleuning, en de klassieke driepuntsgordel. Geef ongeacht de leeftijd van het kind de voorkeur aan een model dat uitgerust is met een ISOFIX-bevestiging. Zo kun je het kinderzitje correct bevestigen in de auto.